Zeeuwse mosselen
Zeg je Zeeland dan denk je aan mosselen. Zo van het vuur met pan en al op tafel. Even kort koken met wat gesnipperde ui, selderij en wortel. En dan smullen maar. Een glaasje witte wijn of een mosselbiertje erbij en het wordt een feestmaal. Dat eenvoud zo lekker kan zijn!
Wat men vaak niet weet is dat er heel wat werk bij komt kijken voordat de mosselen keurig verpakt in het koelvak van de winkel liggen. De productie van mosselen is dan ook eigenlijk geen visserij maar ‘natte landbouw'. In het late voorjaar zweven er miljarden mosselzaadjes in het zoute water van de Oosterschelde en de Waddenzee. Na een week vormt zich rond ieder zaadje een piepklein schelpje. Dan zakt het minimosseltje naar de bodem en hecht zich vast door middel van spindraden aan zijn soortgenoten. Zo ontstaan hele dikke matten met mosselzaad. Dit mosselzaad wordt opgevist door de mosselkwekers en naar mosselpercelen gebracht om verder op te groeien tot consumptiemossel. Dit proces duurt ongeveer 2 jaar. Tijdens die kweekperiode worden de mosselen nog enkele malen opgevist en naar een ander kweekperceel gebracht. In de tussentijd liggen er allerlei gevaren op de loer. Vraatzuchtige krabben en zeesterren bijvoorbeeld kunnen een heel mosselperceel leegroven. Een strenge winter, een flinke storm en de hele mosseloogst is verdwenen. Na 2 jaar worden de mosselen opgevist en naar de mosselveiling in Yerseke gebracht. Voor de kweker een spannend moment: "wat doet de prijs?". De mosselen worden verkocht aan een mosselhandel. Dit bedrijf maakt de mosselen schoon, sorteert ze en verpakt ze in speciale lekvrije verpakking. De mosselen zijn dan klaar om naar de visboer te gaan en vandaar natuurlijk naar de consument.
Ooit geweten dat er zoveel werk bij komt kijken voordat deze zilte zaligheid op uw bord belandt? Met al deze kennis smaken uw Zeeuwse mosselen vast nog lekkerder dan ooit tevoren!